De heer A. Delwel schonk ons onlangs een hoeveelheid documenten en objecten. Nogal wat van die spullen zijn verbonden aan de Hongerwinter van 1944 - 1945. Onder andere een doosje gedroogde eieren uit een voedselpakket, een margarinewikkel van de Zweedse margarine, een 'kleppertje' en een massieve fietsband.
De hongerwinter was een strenge winter, waarin grote schaarste aan grondstoffen heerste. Het zuiden van Nederland was in september 1944 al bevrijd, maar in het nog bezette westen werd de situatie steeds nijpender. Voedsel, kleding, schoeisel, brandstof, aan alles was tekort. Honger en kou beheersten het leven. Het is een tijd die in het geheugen van vele Nederlanders gegrift staat, ook bij de heer Delwel:

"Rotterdam, december 1944, begin van de hongerwinter. Hoe lang de oorlog nog ging duren was onzeker. Dolle dinsdag, 5 september, lag al 3 maanden achter ons, evenals de hoop op een snelle doorbraak van het front vanaf Antwerpen naar het noorden. We aten al suikerbieten en per dag één of twee boterhammen met veel bloembollenmeel erin. Die bloembollen, maar dan uitgebloeid en dus uitgemergeld, waren overigens ook nog zonder bonnen te koop in speciale winkels.

Mijn ouders werden daarom heel blij van een bericht van een nicht uit Lisse, die bij een bollenkweker werkte, dat ze  nog voor verse tulpenbollen kon zorgen. Dat leek met de vooruitzichten van een mogelijk hongerig voorjaar heel waardevol. Maar hoe daar te komen? De fiets van mijn vader was gestolen uit het tuinschuurtje, en de fiets van mijn oudere zus, met nog echte luchtbanden, lag in de kruipkelder van ons benedenhuis, veilig voor het in beslag nemen of vorderen, onder een luik in de gangvloer dat onzichtbaar was onder de vloerbedekking.

Gelukkig kon mijn vader nog een fiets bemachtigen, zij het zonder banden, en kon hij zelfs een paar massieve banden kopen, heel knap gemaakt van een oude autoband, met krammen, en precies passend om de wielen. Ze zouden samen gaan, op hun fietsen, zo'n 2 maal 50 kilometer, op mijn vaders vrije dag, 2e Kerstdag. Het was ijzig koud, die vroege ochtend. Hun adem bevroor op hun dikke sjaal en ook hun mutsen waren wit. Toen ze in een dorp langs een kerk kwamen die net uitging dachten de mensen dat ze Kerstmannetjes zagen.

Gelukkig liep alles goed af. Mijn vader en zus kwamen heelhuids terug, met twee paar gevulde fietstassen. Mijn moeder bakte op het noodkacheltje van de eerste bollen met een smaakessence een heerlijke stevige bloembollencake.  Het geurde huizen ver en we kregen veel onverwachte aanloop van buren. Na de bevrijding beloofden we elkaar om elk jaar 5 mei te vieren met tulpencake, maar helaas, de bollen werden gereserveerd voor de export, voor  de hoognodige deviezen, en later werden ze bespoten met landbouwgif.
Dit alles komt weer boven als ik naar die fietsband kijk."

De fietsband en het doosje gedroogde eieren zijn in onze vaste opstelling opgenomen.

Schenker de heer A. Delwel, Montfoort