|
|
 |
|
 |
|
 |
 |
Aanwinst nummer 1967 is een drie meter brede gouache over de Hongerwinter. Het schilderij is geschonken door de familie Den Toom. De heer Johan den Toom uit Doorn vertelt er het volgende over:
“Mijn ouders, C. den Toom geb. 1907, en J.M. den Toom-Neleman, geb. 1906, dreven een kruidenierszaak, een melkhandel en een ijszaak in Capelle aan den IJssel.
De winkel en woonhuis stonden en staan nog steeds aan de Wilhelminastraat 18 in de Oude Plaats in Capelle. De Oude Plaats bestond in die tijd, zo rond 1935, uit zeven of acht straatjes aan de binnenkant van de dijk langs de IJssel. Vroeger had er een steenfabriek gestaan. Zomers maakte mijn vader ook ijs dat hij met een paar karretjes liet uitventen.
In Mei 1940, ik was toen 5 jaar, maakte mijn moeder me ‘s nachts wakker en zei: ‘….Kijk door het slaapkamerraam, Rotterdam staat in brand!’ Nog zie ik het voor me.
De volgende dag was ons huis vol gevluchte mensen uit Rotterdam, ze aten mee en lagen overal in huis te slapen. Na een paar weken waren ze weer weg. We zagen de Duitse soldaten over de dijk marcheren.
Doordat onze ouders een kruideniersbedrijf hadden was mijn vader vrijgesteld van de Arbeitseinsatz en hadden we voldoende voedsel. Daar kwam bij dat mijn vader, met een paar helpers, clandestien slachtte voor de ‘ondergrondse’. Een koe en vaak een schaap. Dat gaf heel wat spanning in huis. Alles moest verduisterd. Er werd geslacht bij het licht van carbidlantaarns. De volgende dag bracht ik in koffertjes het vlees naar notaris Drapers, die voor verder transport naar de ‘ondergrondse’ zorgde. Ik liep zo wel tien keer op en neer. Het slachtafval werd ‘s nachts door een helper in de IJssel gegooid. Het was moeilijk om de slachtlucht weg te krijgen, mijn moeder bakte dan uien. |
|

De heer Den Toom met zijn ouders
voor de winkel |
In 1944 was er vrijwel niets meer te krijgen. Er was zwarte handel en alles was ‘op de bon’. Toen kwam de voedseluitdeling. Onze kruidenierszaak werd aangewezen als uitdeelpost. Iedere dag kwam er een vrachtauto met eten uit Rotterdam. Meestal soep of hutspot of bonenbrij. De knecht van mijn vader, Multem, deed de uitdeling. |
Iedereen uit de Oude Plaats kwam met een pan of emmertje en kreeg zijn portie. De lege kannen werden door kinderen uitgelikt.
Uiteindelijk werd het grote Belgische gemeentepaard geslacht, het vlees werd verdeeld en van de rest werd soep gekookt. Toen die soep werd verdeeld, stond zoals steeds het geval was geweest, de wethouder mej. Leusink er als toezichthouder bij en zei: ‘….Een pittig soepje!’ Ook na de oorlog werd mej. Leusink steeds ‘Een pittig soepje’ genoemd!
In het voorjaar van 1946 werd het 1-jarig bestaan van de bevrijding gevierd. De winkeliers van Capelle schreven een wedstrijd uit voor de mooiste en origineelste etalage.
Mijn ouders besloten om één etalage in te richten over de hongerwinter en één over de bevrijding. Schuin tegenover ons woonde een man die schilderde als liefhebberij. In mijn herinnering was dit Cor Pols, de postbode. Hij had de voedseluitdeling dagelijks meegemaakt en mijn vader vroeg hem daar een afbeelding van te maken. Zo ontstond ‘Hongerwinter’ een gouache op behangpapier. In de linker etalage kwam de bevrijding met foto’s, krantjes, en lekker voedsel; in de rechter etalage de gouache met daarvoor tulpenbollen, suikerbieten en meer van dat spul. We kregen de eerste prijs. Ik meen een fles jenever. |
|
In 1947 zijn we naar Doorn verhuisd. De gouache belandde op zolder. Bij een opruiming werd het werk weer gevonden, opgerold, gekreukeld en wat beschadigd. Op aanraden van kunsthistoricus Nicole van der Schaaf hebben we de gouache laten restaureren.
Maar waar moet een werk van meer dan drie meter breedte hangen?
|

De gouache kreeg een plek
in onze filmzaal |
|
| Dat bleek niet moeilijk. Het is ontstaan in Capelle aan den IJssel en in Rotterdam staat het OorlogsVerzetsMuseum aan de Coolhaven. Daar bleek men graag bereid de gouache op verantwoorde wijze ten toon te stellen. Wij, als familie den Toom, zijn blij dat dit werk, dat zo min of meer in opwelling en onder benarde omstandigheden is ontstaan, nu een goede plek heeft gevonden.” |
|
| Schenker familie Den Toom, te Doorn |
|
|
 |
|
|