De Duitsers maken de dienst uit

Als Hitler op 10 mei 1940 ons land binnenvalt vluchten de regering en de koningin naar Engeland. Op 14 mei is er een groot bombardement op Rotterdam. Bijna het hele centrum van de stad staat in brand, en er vallen veel doden en
gewonden. De dag erna geeft Nederland zich over, de bezetting begint.

De soldaten die na de strijd het land binnentrekken zijn in het begin best vriendelijk en het lijkt wel mee te vallen. De mensen doen hun best om zo gewoon
mogelijk door te gaan met hun leven.
Maar er verandert toch wel veel tijdens de bezetting.
In de straten marcheren Duitse soldaten.
De kranten mogen de waarheid niet meer schrijven.
En de Nederlandse wet geldt niet meer.
Aparte wetten

Voor de joodse Nederlanders worden steeds vaker aparte wetten gemaakt.
Joden mogen niet dit en joden mogen niet dat. Ze worden ontslagen of van school gestuurd. Ze mogen niet in het zwembad, niet in de tram of in de
bioscoop. Ze moeten naar aparte scholen en winkels.

Onder de niet-joodse Nederlanders zijn mensen die het eens zijn met Hitler, die vinden de joden ook minderwaardig. Er is een politieke partij, de NSB,
die blij is dat de Duitsers Nederland zijn binnengevallen. Nu zullen onze problemen worden opgelost, denken ze.

Maar veel mensen weten niet goed hoe ze moeten reageren. Ze zijn wel bezorgd en boos over de anti-joodse maatregelen, maar ze zijn ook bang.
Ze willen niet ook ontslagen worden.
Of gevangen genomen. lees verder >>